Oudheid
In de piramide van Sakara, in Egypte, zijn al afbeeldingen gevonden van asperges die vijfduizend jaar geleden dienden als speciale offergaven. Ook het historische epos uit India - de 'Anana-Ranga' - maakt melding van 'bijzondere fosforelementen, die gunstige invloed hebben op het innige samenleven tussen man en vrouw'. Bovendien zou de asperge de vermoeidheid tegengaan. Er zijn nog meer opmerkelijke stukjes geschiedschrijving. Zoals over keizer Julius Caesar. Rond het begin van onze jaartelling ontdekt hij, dat zijn liefde voor Cleopatra een extra stimulans krijgt na het nuttigen van asperges. Daarnaast zou het consumeren van dit natuurproduct een actieve rol spelen op zijn veldtochten.
En het was de befaamde Madam de Pompadour, die heel specifiek juist aspergepuntjes presenteerde op haar weelderige en joyeuze feestjes voor intimi. Ook memoreert 'De Geurtuin', van de Arabier Shaykh Nafzawi, over de asperge als een product dat potentiegerichte krachten losmaakt. Want 'het elke dag nuttigen van een aspergegerecht, roept bij menig man werkelijk ongekende amoureuze verlangens op'.
Het duurt vervolgens toch wel een tijdje voordat de asperge hier in West-Europa de kop opsteekt. Pas in 1469 wordt de asperge genoemd in een Franse acte. Waar de asperge vooral in kloostertuinen werd geteeld.
De eerste vermelding uit Engeland schijnt te dateren van 1538 en pas nog eens vijf jaar later komen we deze goddelijke groente tegen in Duitsland. Opmerkelijk is dat de asperge daar in één adem genoemd wordt met de jonge eetbare scheuten van de hop.
De Amerikanen moeten wachten tot ongeveer 1850 voordat zij kunnen genieten van het witte goud. Maar daar is dan al wel sprake van een commerciële aanpak.En de Amerikanen zouden de Amerikanen niet zijn wanneer zij de asperges niet anders genoten dan wij. Zij laten de scheuten het daglicht zien en oogsten ze pas wanneer die onder invloed van het zonlicht groen zijn gekleurd.
In Nederland is het product asperge sinds de Middeleeuwen bekend. In Groningen en omstreken waren de meeste aspergebedden in de achttiende eeuw te vinden. Waar ze door de welgestelde werden gekweekt. In de negentiende eeuw werd de teelt grootschaliger. De teelt begon in het westen (het Westland en het tegenwoordige bollen gebied bij Rijnsburg en omgeving) maar verschoof al snel naar Brabant (Bergen op Zoom en omgeving). Dit door de aanwezigheid van uitstekende zandgronden. Na de tweede wereldoorlog werd Zuidoost-Nederland hèt aspergecentrum van Nederland. Als hoofdoorzaken van de snelle uitbreiding in dit gebied zijn te noemen: de aanwezigheid van rulle zandgronden, grote gezinnen, beschikbaarheid van arbeidskranten, de aanwezigheid van een grote veiling en het Duitse Ruhrgebied als grote afnemer in de directe nabijheid. Al zijn verspreid over Nederland diverse kleinere aspergegebieden terug te vinden.